Freek

Afgelopen lente landde er opeens een duif in onze achtertuin. Stortte is eigenlijk een beter woord want hij kwam uit de lucht vallen, bleef even in een klimplant hangen voordat hij met veel geraas en geklap met vleugels op de grond stond. Waar hij vervolgens niet meer weg ging. Na enkele uren belden we de dierenambulance. Aangezien de duif er niet gewond uitzag, concludeerden zij telefonisch dat het waarschijnlijk om een jonge duif ging die nog moest leren vliegen. Kon wel een paar dagen duren.

Zo werden we tijdelijk pleeggezin voor de duif, die al snel de naam Freek kreeg. Overdag hipte hij rond in de tuin, ’s nachts dirigeerden we hem met behulp van de bezem naar de schuur om te voorkomen dat hij als maaltijd van een buurtkat zou eindigen.

Na enkele dagen vonden we dat Freek wel heel weinig moeite deed om te leren vliegen. Hij zat en liep eigenlijk alleen maar, en zelfs als een buurtkat wel heel dichtbij kwam flapperde hij wat met zijn vleugels maar kwam niet omhoog. Misschien is de tuin te klein, heeft hij wat meer ruimte nodig, bedachten we. Dus hielpen we hem met de bezem de steeg door richting straat, waar we de stoep op en neer liepen tot hilariteit van de buren. Maar vliegen ho maar. Dus weer terug naar de tuin, om te voorkomen dat Freek kattenvoer zou worden.

Na een week was ik het zat: de tuin en de schuur vol duivenpoep, Freek die niet de minste moeite deed om zijn vliegspieren te trainen en overdag de loerende katten in de gaten houden: dit schoot niet op. We besloten hem naar de nabijgelegen dierenweide te brengen. Daar had hij alle ruimte om zijn vliegkunst te oefenen en was hij veilig voor katten tussen de geiten en varkens. Dus Freek in een bak en op naar de dierenweide. Daar aangekomen zetten we het deurtje van de bak open. Freek hipte naar het randje, vestigde zijn kraaloogjes op een boom zeker 50 meter verderop, spreidde zijn vleugels en vloog in één streep de boom in.

Na bijgekomen te zijn van mijn verbazing, snapte ik het: Freek kón al die tijd al vliegen, maar hij had niets om naartoe te vliegen. Hij had geen stip aan de horizon waar hij wilde zijn. Die boom was er al die tijd al, maar hij kon hem niet zien tussen de schuttingen van onze tuin en de muren van de huizen van onze straat.

Zo is het ook met mensen, bedacht ik toen. Als je geen doel in zicht hebt, kom je niet in beweging. Als de problemen om je heen zo hoog opgestapeld zijn dat je niet kunt zien wat daarachter is, hoe moet je dan de kracht vinden om daar bovenuit te stijgen?

Dat is de reden dat wij in onze begeleidingsplannen de vraag stellen: Wat is je toekomstwens? Want als je dat weet en als wij dat weten, dan kunnen we je helpen om die wens zichtbaar te houden en daar kleine stapjes naartoe te zetten.

Was Freek mijn cliënt geweest, dan had hij me kunnen vertellen dat hij zo graag in zo’n hele grote boom wilde zitten, maar dat hij er geen zag. Dan had ik hem niet in een hokje gestopt en naar de dierenweide gebracht. Dan zou ik hem aangemoedigd hebben om eerst eens op het tafeltje te springen en van daaruit op het randje van de schutting. Dan hadden we samen een manier bedacht om in de dakgoot te komen van waar hij misschien zelf wel naar de nok van het dak gegaan zou zijn. En dan had hij de boom gezien, binnen zijn bereik.  En vol zelfvertrouwen door alle kleine doelen die hij al bereikt had, had hij dan zijn vleugels kunnen uitslaan en zelfstandig naar de boom kunnen vliegen.

 

Denise